Jozef hoorde niets meer. Een vreeselijke slag op het hoofd deed hem duizelen; bewusteloos zeeg hij neder en, noch het getier van den bedrogen vader, noch het geschrei van het ontzette Jenneke, riepen hem tot zijn bezinning terug.
J.J. Cremer was een sociaal bewogen man, wiens novelle Fabriekskinderen de aanzet gaf tot het kinderwetje van Van Houten.
J.J. Cremer. Gravure door D.J. Sluyter.
Zelfportret van Cremer op de slaapkamermuur in zijn huis te Loenen a/d Vecht (circa 1855).
Illustraties door J.J. Cremer bij zijn bundel 'Portretten' (1858).
J.J. Cremer. Foto: M. Verveer.
Titelpagina van de tweede druk van 'Betuwsche novellen' (1860).
Titelpagina van de eerste druk van 'Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld' (1863).
J.J. Cremer. Foto: W. Canter.
Eerste druk van 'Nieuwe Over-Betuwsche vertellingen' (1867).
Kladhandschrift van Cremers 'Openbare brief aan Z.Ex. den Minister van Binnenlandsche Zaken'. De brief werd gepubliceerd in 'Het Vaderland' (op 2 juni 1870).
J.J. Cremer.
Grietje op 't Hönings-arf, illustratie uit 'Overbetuwsche vertelling' (circa 1875).
't Kriekende kriekske, illustratie uit 'Overbetuwsche vertelling' (circa 1875).
Kladhandschrift van ''t Reuskevan 't dorp', voorblad (25 november 1876).
Kladhandschrift van ''t Reuskevan 't dorp', 1ste pagina (25 november 1876).
'Duinlandschap' door J.J. Cremer (1878).
Portret van Cremer in 'De Hollandsche Illustratie' (2 juli 1880).
Werk van J.J. Cremer in de serie 'Bibliotheek van Nederlandsche schrijvers' (circa 1880).
'Frabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld' (1988).
