Vogels

Werkstukken en spreekbeurten

Hoe weet je of een dier een vogel is? Bij een vogel denk je aan vliegen. Maar ... kunnen wel alle vogels vliegen?

Veren, vleugels en eieren

Als een dier vleugels en veren heeft, dan weet je dat het een vogel is. De meeste vogels kunnen vliegen. Struisvogels en pinguïns kunnen niet vliegen. Maar toch zijn dat ook vogels, want ze hebben wel vleugels en veren. Er bestaan ook andere dieren die kunnen vliegen, bijvoorbeeld vleermuizen. Toch zijn dat geen vogels, want ze hebben geen vleugels en veren. Alle vogels leggen eieren met een harde schaal. Als de eieren warm gehouden worden (broeden) komen daar na een tijdje de kuikens uit.

Heel veel soorten

Er bestaan duizenden verschillende soorten vogels op de wereld, van groot tot klein. De grootste vogels ter wereld zijn de struisvogels. Die leven in Afrika en ze kunnen wel meer dan 2 meter hoog worden. De kleinste vogel ter wereld is de kolibrie. De allerkleinste kolibrie is maar 5 centimeter groot en weegt minder dan 2 gram.

Trekvogels en standvogels

In Nederland komen er ongeveer 280 verschillende soorten vogels voor. In de winter trekken veel vogels weg naar warmere landen in Afrika. Bijvoorbeeld de spreeuwen. Maar er komen ook vogels hiernaartoe vanuit het noorden van Scandinavië. Bijvoorbeeld ganzen. Want daar is het in de winter veel kouder dan in Nederland. In het voorjaar komen de vogels vanuit Afrika weer hiernaartoe en de vogels uit Scandinavië gaan weer terug naar het noorden. Vogels die in de winter naar andere landen vertrekken, noem je trekvogels. Er zijn ook veel vogelsoorten die in de winter hier blijven. Die noem je standvogels.