Planeten

Werkstukken en spreekbeurten

In het heelal barst het van de planeten. Hoeveel kun jij er opnoemen?

Het dichtst bij de zon

De aarde is één van de acht planeten die om de zon draaien. Het planetenstelsel noem je ook wel het zonnestelsel. Planeten zijn enorme bollen. Ze bestaan uit steen, ijs, metaal of gas of een mengsel daarvan. Planeten geven zelf geen licht. Ze weerkaatsen het zonlicht alleen. Het dichtst bij onze zon draaien vier kleine, rotsachtige planeten. Het zijn Mercurius, Venus, Aarde en Mars. Op Mercurius en Venus is het heel erg heet en op Mars meestal juist heel koud. Er leeft helemaal niets op die planeten. Zoals je weet, leven op de aarde wel allerlei planten, dieren en mensen. Er zijn nog geen mensen op de andere planeten geweest. Alleen op de maan, maar dat is geen planeet. Wel worden er soms ruimtevaartuigen of robots naar planeten gestuurd om onderzoek te doen.

Gasreuzen

Het verst van de zon draaien vier reusachtige gasplaneten. Alleen in hun binnenste hebben ze steen en metaal. Het grootste deel van hun bol is van gas. Je kunt niet lopen op dat gas. Je zou erdoorheen zakken. Het is er verschrikkelijk koud. De gasplaneten heten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus.

Dwergplaneten

Wetenschappers hebben geen idee hoe groot het heelal precies is, maar er zijn nog veel en veel meer planeten dan de acht die je nu kent. Misschien heb je ook weleens van Pluto gehoord. Tot in 2006 was dat ook een planeet. Maar een aantal wetenschappers heeft toen besloten dat het bolletje niet meer meetelt als echte planeet. De ukkepuk is nu een dwergplaneet. Andere dwergplaneten zijn bijvoorbeeld Eris en Ceres.